ECLI:NL:RVS:2018:1958
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en herziening kinderopvangtoeslag 2015-2016
Appellant, eigenaar van een eenmanszaak, maakte voor zijn kinderen gebruik van kinderopvang waarvoor hij voorschotten kinderopvangtoeslag ontving over 2015 en 2016. De Belastingdienst/Toeslagen stelde deze toeslagen echter op nihil vast wegens vermeende tekortkomingen in de onderliggende overeenkomsten en betalingsbewijzen.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit maar liet de rechtsgevolgen in stand, omdat zij het standpunt van de Belastingdienst volgde dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij voldeed aan de voorwaarden, met name de urenkoppeling en betaling van kosten.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk geldige schriftelijke overeenkomsten had overgelegd, dat hij de kosten volledig had betaald en dat hij en zijn partner de vereiste uren arbeid hadden verricht. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de overeenkomsten voldoen aan de wettelijke eisen, dat de betalingsbewijzen voldoende zijn en dat appellant met aanvullende stukken heeft aangetoond aan de urenkoppeling te voldoen.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen en draagt de Belastingdienst op een nieuw besluit te nemen over de hoogte van de kinderopvangtoeslag. Tevens wordt bepaald dat tegen dit nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De griffiekosten worden aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst dient een nieuw besluit te nemen over de kinderopvangtoeslag 2015-2016.