ECLI:NL:RVS:2014:1985
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 15 september 2012 de kinderopvangtoeslag van appellant over 2008 en de voorschotten over 2009 en 2010 herzien en vastgesteld op nihil. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor zover het de voorschotten over 2009 en 2010 betrof. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat op grond van de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen een geldige schriftelijke overeenkomst tussen de ouder en het gastouderbureau vereist is om aanspraak te maken op toeslag. De door appellant overgelegde overeenkomst voldeed niet aan de wettelijke eisen, omdat essentiële gegevens zoals prijs per uur, aantal opvanguren en duur van de overeenkomst ontbraken. Hierdoor was geen aanspraak op voorschot kinderopvangtoeslag mogelijk.
Verder oordeelde de Afdeling dat de Belastingdienst terecht het voorschot kon herzien en dat het niet eerder opvragen van de overeenkomst voor risico van appellant kwam. Het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel werd niet ontvankelijk verklaard omdat dit niet eerder was ingebracht. Ook werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat de rechtbank de Belastingdienst reeds had laten toezeggen deze te vergoeden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 september 2013. De kinderopvangtoeslag en voorschotten werden definitief vastgesteld op nihil wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst tussen appellant en het gastouderbureau.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.