ECLI:NL:RVS:2018:2058
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling wegens opzet of grove schuld bij kinderopvangtoeslag
Appellante had te veel ontvangen voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 tot en met 2013 en moest deze terugbetalen in 24 termijnen van € 1.402 per maand. Zij verzocht om een persoonlijke betalingsregeling op basis van haar betalingscapaciteit, maar dit verzoek werd door de Belastingdienst/Toeslagen afgewezen wegens opzet of grove schuld.
De rechtbank oordeelde dat appellante terecht niet in aanmerking kwam voor een betalingsregeling omdat zij wist dat zij geen recht had op de toeslag en deze toch gebruikte voor het levensonderhoud, wat niet de bedoeling is van de toeslag. Appellante voerde aan dat zij geen inkomsten had en haar bijstandsaanvraag was afgewezen door een fout van de IND, en dat de beslagvrije voet niet werd gerespecteerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank. De regeling staat niet toe rekening te houden met de persoonlijke financiële situatie bij opzet of grove schuld. Wel kan rekening worden gehouden met de beslagvrije voet in het invorderingstraject, mits de belanghebbende dit verzoekt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling bevestigd.