ECLI:NL:RVS:2018:1270
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling wegens grove schuld bij kinderopvangtoeslag
Appellante moest een bedrag van €17.277,00 aan te veel ontvangen kinderopvangtoeslag over 2010 terugbetalen. Zij verzocht om een persoonlijke betalingsregeling, maar de Belastingdienst/Toeslagen wees dit af wegens opzet of grove schuld, omdat zij onjuiste en onwaarschijnlijke documenten had overgelegd, zoals jaaropgaven en overeenkomsten gedateerd vóór de geboorte van een kind.
De rechtbank oordeelde dat appellante grove schuld had, omdat zij als aanvrager verantwoordelijk is voor het overleggen van juiste documenten en had moeten begrijpen dat onjuiste gegevens tot terugvordering zouden leiden. Haar argument dat de regelgeving complex is en dat zij het gastouderbureau had gemachtigd, werd verworpen.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dit oordeel. De wetgeving staat geen persoonlijke betalingsregeling toe bij terugvordering wegens opzet of grove schuld, en de financiële situatie van appellante mocht daarbij niet worden meegewogen. Wel kan rekening worden gehouden met de beslagvrije voet in het invorderingstraject. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de betalingsregeling van 24 maanden à €720 per maand blijft van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingsregeling van 24 maanden à €720 blijft van kracht.