ECLI:NL:RVS:2018:2111
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om informatie en klachtenbehandeling door het college van Harderwijk
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk op zijn verzoek om informatie, het niet tijdig in behandeling nemen van zijn klachten en het niet binnen een redelijke termijn nakomen van toezeggingen door het college.
De rechtbank Gelderland had zich onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen, omdat het e-mailbericht van appellant geen verzoek als bedoeld in artikel 3 van Pro de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) was en klachtenbehandeling niet vatbaar is voor beroep. Appellant stelde dat zijn verzoek wel een Wob-verzoek was en dat het college gehouden was tijdig te reageren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bericht van 12 april 2016 een informeel verzoek om feitelijke informatie betrof en geen Wob-verzoek. Tevens is het niet tijdig in behandeling nemen van klachten niet vatbaar voor beroep op grond van de Awb. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.