ECLI:NL:RVS:2018:2170
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor transgender persoon uit Cuba
De vreemdeling, geboren als man maar zich als vrouw identificeert, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees dit verzoek op 2 januari 2018 af, waarna de rechtbank deze afwijzing op 22 februari 2018 bevestigde. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Tijdens de zitting op 26 april 2018 heeft de vreemdeling verklaard dat zij vanwege haar uiterlijk haar opleiding niet kon afronden en moeilijk werk vond, waardoor zij jaren in de prostitutie werkte. Tevens gaf zij aan meerdere malen door de politie te zijn mishandeld en vreest zij bij terugkeer in Cuba gevangen te worden gezet.
De vreemdeling klaagde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de situatie voor LHBTI-personen in Cuba niet zodanig ernstig is dat een verblijfsvergunning zou moeten worden verleend. Ook stelde zij dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met het gebrek aan bescherming door de autoriteiten en selectief omging met beschikbare informatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:2168) waarin deze vragen zijn beantwoord en concludeert dat de grieven onvoldoende zijn om de uitspraak te vernietigen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is bevestigd.