ECLI:NL:RVS:2019:3333
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling in asielzaak
De vreemdeling, afkomstig uit Cuba en transgender, had bij de staatssecretaris een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, waarbij zij de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zelf een oordeel had gegeven over de vraag of sprake was van vervolging en risico op ernstige schade, terwijl dit primair aan de staatssecretaris toekomt. Hierdoor werd het vonnis van de rechtbank vernietigd.
In inhoudelijke beoordeling concludeerde de Afdeling dat de door de vreemdeling ondervonden problemen, zoals aanhoudingen, boetes, mishandeling en ontslag vanwege haar genderidentiteit, onvoldoende ernstig en niet aannemelijk waren als vervolging of ernstig risico. Ook het argument dat zij vervolgd zou worden vanwege haar asielaanvraag in Nederland faalde omdat vertrouwelijkheid gewaarborgd is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.