ECLI:NL:RVS:2018:2188
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke weigering en verlening van exploitatie- en drank- en horecavergunningen met toepassing van de Wet Bibob
De burgemeester van Smallingerland weigerde op grond van de Wet Bibob exploitatie- en drank- en horecavergunningen aan [appellant sub 1] voor twee horeca-inrichtingen vanwege een ernstig gevaar dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten. Dit gevaar werd onderbouwd met negatieve adviezen van het Bureau Bibob, waarin werd gesteld dat [appellant sub 2] en [appellant sub 3] in een zakelijk samenwerkingsverband met [appellant sub 1] stonden en strafbare feiten hadden gepleegd.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van de burgemeester, maar stelde dat het voorschrift dat geen loondienstverband mocht bestaan tussen de betrokkenen onevenredig was. De burgemeester gaf een nadere motivering en nam een nieuw besluit, waarbij het loondienstvoorschrift werd ingetrokken. Zowel de appellanten als de burgemeester stelden hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het ernstig gevaar op grond van de Wet Bibob terecht was vastgesteld, dat het zakelijk samenwerkingsverband bestond en dat de voorschriften gericht waren op het beperken van dat gevaar. Het voorschrift dat geen loondienstverband mocht bestaan, ook buiten Smallingerland, werd als niet onevenredig beoordeeld. De Afdeling vernietigde de eerdere tussenuitspraak en einduitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de appellanten ongegrond en dat van de burgemeester gegrond, en vernietigde het besluit van 16 augustus 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en dat van de burgemeester gegrond, waarbij eerdere uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en het besluit van 16 augustus 2017 wordt vernietigd.