ECLI:NL:RVS:2018:2214
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Drank- en Horecawet-vergunning wegens verstrekking alcohol aan minderjarigen
Het college van burgemeester en wethouders stelde in 2016 meerdere besluiten vast waarbij het café van appellant tijdelijk eerder moest sluiten vanwege overtredingen van de Drank- en Horecawet (DHW) en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Na herhaalde constatering van het open zijn zonder leidinggevende en het verstrekken van alcohol aan minderjarigen, trok de burgemeester de DHW-vergunning van het café definitief in.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. In hoger beroep betwist appellant slechts de intrekking van de vergunning, waarbij hij stelde dat hij niet van slecht levensgedrag is, maatregelen had getroffen en dat de intrekking disproportioneel was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht de vergunning introk op grond van artikel 31, eerste lid, aanhef en onder c, van de DHW vanwege het verstrekken van alcohol aan minderjarigen en de geconstateerde gevaren voor de openbare orde en veiligheid. De intrekking op grond van slecht levensgedrag (artikel 31, lid 1, onder b) was onvoldoende gemotiveerd. De intrekking was dwingend en niet onevenredig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de Drank- en Horecawet-vergunning van het café wordt bevestigd wegens verstrekking van alcohol aan minderjarigen en gevaren voor openbare orde en veiligheid.