ECLI:NL:RVS:2018:2235
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over verlenging huurovereenkomst visrecht wegens onvoldoende motivering
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een geschil over de verlenging van een huurovereenkomst van visrecht tussen appellant en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De Kamer voor de Binnenvisserij had het verzoek van appellant om verlenging van zes jaar afgewezen en slechts een verlenging van één jaar toegekend, met verwijzing naar artikel 33, vijfde lid, van de Visserijwet 1963.
Appellant voerde aan dat hij de pensioengerechtigde leeftijd niet vóór het einde van de overeenkomst bereikte en dat de Kamer onvoldoende rekening had gehouden met zijn belangen en het beleid van het Hoogheemraadschap. De Raad van State oordeelde dat de Kamer weliswaar aansluiting mocht zoeken bij het vijfde lid van artikel 33, maar dat zij onvoldoende had gemotiveerd waarom verlenging voor slechts één jaar billijk zou zijn. Tevens had de Kamer niet alle relevante belangen betrokken, zoals het belang van appellant bij zijn inkomsten en het beleid van het Hoogheemraadschap.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van de Kamer en de uitspraak van de rechtbank die dit had bevestigd. De Kamer werd opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij alle relevante belangen worden meegewogen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden ingesteld. De Kamer werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van de Kamer voor de Binnenvisserij om de huurovereenkomst visrecht slechts voor één jaar te verlengen wordt vernietigd en de Kamer wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met volledige belangenafweging.