ECLI:NL:RVS:2018:2255
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens veilig derde land
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) als veilig derde land werden beschouwd. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling toegang tot de VAE zou krijgen.
In het hoger beroep richtte de staatssecretaris zich uitsluitend tegen de motivering over de toegang tot de VAE. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris aannemelijk moet maken dat de vreemdeling toegang tot het veilige derde land kan verkrijgen, en dat de vreemdeling moet aantonen dat dit niet het geval is. De staatssecretaris had onderbouwd dat de vreemdeling toegang tot de VAE kan krijgen, onder meer omdat hij daar eerder woonde, reisde en geen bewijs leverde dat zijn verblijfsvergunning was ingetrokken.
De vreemdeling had kopieën van documenten en een screenshot overgelegd, maar deze werden onvoldoende geacht om aan te tonen dat hij geen toegang heeft tot de VAE. Ook had hij geen pogingen gedaan om een nieuwe verblijfsvergunning of visum te verkrijgen. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank dit niet had onderkend en verklaarde het hoger beroep gegrond. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen over de asielaanvraag met inachtneming van de overwegingen.