ECLI:NL:RVS:2018:2375
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onjuiste toepassing Dublinverordening
De vreemdeling, van Albanese nationaliteit, diende in Frankrijk een verzoek om internationale bescherming in en reisde vervolgens zonder afwachting van een beslissing naar Nederland. De staatssecretaris nam op 23 januari 2018 een terugkeerbesluit, vaardigde een inreisverbod uit en stelde de vreemdeling in vreemdelingenbewaring.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet had onderkend dat de Dublinverordening van toepassing was in plaats van de Terugkeerrichtlijn. De vreemdeling had zijn asielverzoek in Frankrijk niet ingetrokken, omdat hem niet was uitgelegd dat hij geen prijs meer stelde op een beslissing in Frankrijk.
Hierdoor was het terugkeerbesluit onrechtmatig en kon de vreemdeling niet worden opgedragen de EU te verlaten. De inbewaringstelling was eveneens onrechtmatig. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris en kende de vreemdeling een vergoeding toe over de periode van de bewaring.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn vernietigd en de vreemdeling krijgt een vergoeding wegens onrechtmatige inbewaringstelling.