ECLI:NL:RVS:2018:2385
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake uitstel van vertrek vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 24 augustus 2017 een aanvraag van een vreemdeling ingewilligd om te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit besluit op 5 december 2017 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 23 april 2018 gegrond, vernietigde het besluit van 5 december 2017, herroept het besluit van 24 augustus 2017 en beval uitstel van vertrek vanaf 15 juli 2017.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zal blijven. Gezien de belangen van beide partijen werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.