ECLI:NL:RVS:2018:2421
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verzoek om openbaarmaking factuurspecificaties advocaten
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om openbaarmaking van facturen en specificaties van CAPRA Advocaten, betrokken bij haar ambtenarenontslagprocedure. Het college verstrekte de facturen met totaalbedragen, maar weigerde de specificaties te verstrekken vanwege bedrijfsvertrouwelijkheid en mogelijke nadelige gevolgen voor CAPRA Advocaten en de gemeente.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van het college ongegrond en oordeelde dat het verzoek niet als een Wob-verzoek kon worden aangemerkt. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat het verzoek wel degelijk onder de Wob valt en dat de behandeling door een andere rechter onrechtmatig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek wel als een Wob-verzoek moet worden aangemerkt, omdat expliciet naar de Wob werd verwezen en het verzoek niet misbruikt werd. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf. De Afdeling oordeelde dat het college terecht de specificaties weigerde op grond van artikel 10, tweede lid, onder g, Wob, vanwege het belang om onevenredige benadeling van CAPRA Advocaten te voorkomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellante. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 18 juli 2018.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het college mag de specificaties van de facturen weigeren te verstrekken.