ECLI:NL:RVS:2018:2434
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering permanente ligplaatsvergunning in binnenhaven Vlissingen
Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen een aanvraag ingediend voor een permanente ligplaatsvergunning voor een vaartuig aan de Piet Heinkade in de binnenhaven van Vlissingen. Het college weigerde deze vergunning omdat de Piet Heinkade niet binnen het beheersgebied van de Havenverordening Vlissingen 2009 valt en de ligplaatsen binnen het beheersgebied reeds volledig zijn vergeven.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State. Zij voerde onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte het besluit op bezwaar ex nunc had getoetst en dat het college niet had voldaan aan de vereisten bij schaarse vergunningen, zoals openbaarheid en een geschikte verdeelprocedure.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat er geen ligplaatsen meer beschikbaar waren ten tijde van het besluit en dat het betoog over schaarse vergunningen niet eerder had kunnen worden aangevoerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de permanente ligplaatsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.