ECLI:NL:RVS:2014:1571
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.M. Wissels
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens slecht levensgedrag
De burgemeester van Amsterdam trok op 20 december 2011 de exploitatievergunning van appellant voor zijn coffeeshop in, vanwege slecht levensgedrag en de aanwezigheid van een grote voorraad softdrugs in de woning van een werknemer. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de rechtbank Amsterdam als de Raad van State verklaarden deze ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of de burgemeester terecht de vergunning introk op grond van artikel 3:24 van Pro de APV, omdat appellant een voorraad softdrugs buiten de coffeeshop aanhield, wat niet onder het gedoogbeleid viel. Tevens speelde mee dat appellant eerder was veroordeeld tot een werkstraf wegens medeplichtigheid aan het voorhanden hebben van softdrugs.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester terecht kon concluderen dat het levensgedrag van appellant en zijn wijze van bedrijfsvoering een onaanvaardbaar risico vormden voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Het betoog dat de burgemeester zijn beleid niet correct had bekendgemaakt en dat het handelen van appellant binnen het gedoogbeleid viel, werd verworpen. Ook het verschil in bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving werd als niet onredelijk beoordeeld.
De Raad van State bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning van de coffeeshop wordt bevestigd wegens slecht levensgedrag van de exploitant.