ECLI:NL:RVS:2018:2532
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 mei 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na bezwaar en beroep verklaarden de bestuursrechter en rechtbank het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de aanvraag niet de nieuwe vaste gedragslijn heeft gevolgd die sinds november 2017 geldt voor nareisaanvragen. Met name heeft de staatssecretaris onofficiële documenten niet betrokken bij de beoordeling van de identiteit en familierelatie, terwijl dit volgens de vaste gedragslijn wel vereist is. Hierdoor was de motivering van het besluit ondeugdelijk.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer op 25 juli 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.