ECLI:NL:RVS:2018:2591
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- F.D. van Heijningen
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Herstel en instandhouding bestemmingsplan Eerste herziening het Nieuwe Diep 2012 na motivering persoonsgebonden overgangsrecht woonboten
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij tussenuitspraak van 12 juli 2017 vastgesteld dat de gemeenteraad van Amsterdam onvoldoende had gemotiveerd waarom aan bewoners van woonboten aan de Diemerzeedijk geen persoonsgebonden overgangsrecht werd toegekend. De Afdeling gaf de raad de opdracht dit gebrek binnen 26 weken te herstellen.
De raad heeft op 14 maart 2018 een nadere motivering gegeven waarin zij stelt dat de woonboten binnen de planperiode van tien jaar verplaatst kunnen worden naar alternatieve ligplaatsen zonder onbillijkheid van overwegende aard. Appellanten voerden aan dat de raad onvoldoende maatwerk had toegepast en dat hun individuele belangen onvoldoende waren meegewogen, onder meer vanwege hun lange verblijf, investeringen en financiële situatie.
De Afdeling oordeelt dat de raad in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen persoonsgebonden overgangsrecht toe te kennen, mede omdat het plan noodzakelijk is voor de bescherming van natuurwaarden en gezondheid. De Afdeling wijst de bezwaren van appellanten af, bevestigt dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven en veroordeelt de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand na nadere motivering.