ECLI:NL:RVS:2018:2613
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris heeft op 19 juli 2016 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen en het bezwaar van de vreemdeling op 22 februari 2017 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de staatssecretaris bij de beoordeling van nareisaanvragen een nieuwe vaste gedragslijn hanteert, waarbij onofficiële documenten betrokken kunnen worden bij de bewijsvoering van identiteit en familierelaties. In het bestreden besluit is niet gebleken dat de staatssecretaris deze gedragslijn heeft gevolgd, waardoor de motivering van het besluit ondeugdelijk is.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 1.503,00. Het griffierecht wordt niet vergoed omdat de vreemdeling afzag van het heffen daarvan.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.