ECLI:NL:RVS:2018:2745
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Geen recht op huurtoeslag voor mede-eigenaar woning ondanks proefberekening en vertrouwensbeginsel
De Belastingdienst/Toeslagen stelde de huurtoeslag voor 2014, 2015 en 2016 voor appellante, mede-eigenaar van een woning, definitief vast op nihil. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij recht heeft op huurtoeslag en dat zij de ontvangen voorschotten niet hoeft terug te betalen. Zij stelde ook dat zij mocht vertrouwen op een positieve proefberekening en informatie van de Belastingtelefoon.
De rechtbank oordeelde dat mede-eigenaren geen recht op huurtoeslag hebben omdat zij invloed kunnen uitoefenen op de huurprijs, en verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel. De Raad van State bevestigt dit oordeel. Uit jurisprudentie volgt dat alleen huurders die niet mede-eigenaar zijn aanspraak kunnen maken op huurtoeslag. Appellante erkende ter zitting mede-eigenaar te zijn.
Het beroep op het discriminatieverbod faalt omdat het onderscheid tussen huurders en mede-eigenaren objectief gerechtvaardigd is. De proefberekening geeft slechts een indicatie en houdt geen rekening met mede-eigendom. De Belastingtelefoon kan geen bindende toezeggingen doen. Ook mocht de Belastingdienst afzien van het horen in bezwaar omdat geen twijfel bestond over de uitkomst. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing van de Belastingdienst/Toeslagen om de huurtoeslag op nihil vast te stellen wordt bevestigd.