ECLI:NL:RVS:2018:2752
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vaartuig niet als object maar als pleziervaartuig geldt en vernietiging dwangsombesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een dwangsom op om een vaartuig uit het openbaar water te verwijderen, stellende dat het vaartuig een object was in de zin van de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob). Appellant betoogde dat het vaartuig naar bouw, inrichting en uiterlijke kenmerken herkenbaar is als pleziervaartuig, wat door deskundigenrapporten werd ondersteund.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde vast dat het vaartuig voldoet aan de objectieve criteria van een pleziervaartuig, zoals een spits toelopende boeg, stuurkolom, motor en andere kenmerken die niet overeenkomen met een object zoals bedoeld in de Vob.
Daarmee is het college ten onrechte uitgegaan van het bestaan van een object en is het verbod van artikel 2.5.2, eerste lid, Vob niet overtreden. De Afdeling vernietigde het besluit van 31 augustus 2015 en het besluit van 9 mei 2017, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot verwijdering van het vaartuig wordt vernietigd omdat het vaartuig als pleziervaartuig geldt en niet als object.