ECLI:NL:RVS:2018:2790
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor carport ondanks strijd met bestemmingsplan en groenbeleid
Het college van burgemeester en wethouders van Hattem verleende op 13 februari 2017 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het bouwen van een carport op een perceel dat volgens het bestemmingsplan de bestemming 'Groen' heeft. De vergunninghouder had een strook grond gekocht die voorheen als groenstrook en speelplek fungeerde. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen het besluit vanwege het verlies van de groenstrook en de impact op zijn uitzicht.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de Nota groenbeleid 2013 geen toetsingskader vormt voor de vergunningverlening en dat de betrokken belangen door het college zorgvuldig waren afgewogen. Het college had geoordeeld dat de carport een geringe ruimtelijke impact heeft en dat het belang van de vergunninghouder zwaarder weegt dan het belang van appellant bij het behoud van de groenstrook.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte de Nota groenbeleid 2013 buiten beschouwing had gelaten en dat het college onvoldoende rekening had gehouden met het behoud van aaneengesloten buurtgroen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de Nota groenbeleid 2013 de speelplekken niet meer als buurtgroen aanmerkt en dat het college de belangen naar behoren heeft geïnventariseerd en afgewogen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De vergunning voor het bouwen van de carport blijft daarmee in stand ondanks de strijd met het bestemmingsplan en het verlies van de groenstrook.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de carport blijft in stand.