ECLI:NL:RVS:2018:295
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor kap van bijna 9.000 bomen langs RijnlandRoute
De zaak betreft een beroep van de Wijkraad Stevenshof en anderen tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Leiden voor het kappen van 8.971 bomen langs Rijkswegen en provinciale wegen ten behoeve van de RijnlandRoute. De appellanten stelden procedurele bezwaren en betwistten de onderbouwing van het besluit, met name over de alternatieven voor behoud van bomen en de herplantplicht.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de aanvraag voldoende was gespecificeerd en dat de terinzagelegging van het ontwerpbesluit rechtsgeldig was verlopen, ook al vond deze deels plaats in vakantieperiodes. Het college had de directe inwerkingtreding van de vergunning voldoende onderbouwd vanwege de planning van het project. De bezwaren over de informatieavonden waren niet relevant voor de rechtmatigheid van het besluit.
Inhoudelijk werd geoordeeld dat het college de alternatieven voor behoud van bomen voldoende had onderzocht en dat het niet verplicht was om per boom aan te geven waarom kap noodzakelijk was. De herplantplicht was adequaat geregeld via een financiële bijdrage aan het Bomenfonds, ook al was geen vaste termijn voor herplanting gesteld. De kap van bepaalde beeldbepalende bomen was toegestaan en het nader verplantbaarheidsonderzoek had geen beslissende rechtsgevolgen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het kappen van 8.971 bomen wordt ongegrond verklaard.