ECLI:NL:RVS:2018:2960
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor bedrijfswoning bij monumentaal pand
Het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen verleende gedeeltelijk een omgevingsvergunning voor renovatie en recreatieve nevenactiviteiten bij een rijksmonument, maar weigerde de vergunning voor een nieuwe bedrijfswoning. De appellant, eigenaar van het perceel en exploitant van een agrarisch bedrijf, stelde dat zij geen vergunning voor een nieuwe bedrijfswoning had aangevraagd en dat het college ten onrechte de aanvraag had uitgebreid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat uit de aanvraagstukken bleek dat bewoning van het pand was beoogd en dat het college terecht de aanvraag mede als verzoek tot afwijken van het bestemmingsplan heeft aangemerkt. Verder werd geoordeeld dat het gebruik als bedrijfswoning niet legaal was volgens het bestemmingsplan, omdat het pand niet als bestaande bedrijfswoning kon worden aangemerkt op het moment dat het bestemmingsplan rechtskracht kreeg.
De Afdeling verwierp de argumenten van appellant dat het gebruik als woning legaal zou zijn op grond van de planregels en dat het pand binnen het bouwvlak lag. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning voor de bedrijfswoning bevestigd.