ECLI:NL:RVS:2018:2967
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor verhuren zonder huisvestingsvergunning ondanks discriminatieverwijten
Het college legde aan [appellante] een bestuurlijke boete op van €16.000 wegens het verhuren van een woning zonder vereiste huisvestingsvergunning, verlaagd tot €4.000 na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
[Appellante] voerde aan dat het opleggen van de boete discriminerend is vanwege de inkomenseis voor huisvestingsvergunningen en dat het college het beleid niet consequent toepast, onder meer door woningcorporaties anders te behandelen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het huisvestingsvergunningsysteem een legitiem en proportioneel doel dient en dat het discriminatieverweer niet slaagt.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college in uitzonderlijke gevallen kan afzien van boetes en dat de situatie van [appellante] verschilt van die van andere verhuurders die geen boete kregen. Ook het verschil in behandeling met woningcorporaties is gerechtvaardigd en niet onrechtmatig.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete van €4.000 wordt bevestigd.