ECLI:NL:RVS:2009:BH1845
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D. Roemers
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huisvestingsvergunning wegens inkomenseis in grootstedelijk gebied
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag van appellant om een huisvestingsvergunning af omdat zij niet voldeed aan de inkomenseis zoals opgenomen in de Huisvestingsverordening 2003, die is gebaseerd op de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). Appellant was minder dan zes jaar onafgebroken ingezetene van de regio en had een inkomen uit een bijstandsuitkering.
Appellant stelde dat de inkomenseis strijdig was met nationaal en internationaal recht, waaronder het Vierde Protocol bij het EVRM en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), en dat de weigering tot een onbillijkheid van overwegende aard leidde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de inkomenseis een wettelijke grondslag heeft in de Wbmgp en dat de beperking gerechtvaardigd is door het algemeen belang bij het bevorderen van leefbaarheid in grootstedelijke gebieden.
De Afdeling overwoog dat de inkomenseis een indirect onderscheid kan vormen, maar dat dit onderscheid objectief en redelijk gerechtvaardigd is vanwege het legitieme doel van het bevorderen van leefbaarheid en het bestrijden van grootstedelijke problematiek. Verder werd geoordeeld dat de hardheidsclausule niet van toepassing was omdat appellant geen onhoudbare situatie aannemelijk had gemaakt.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank Rotterdam dat het college de huisvestingsvergunning terecht heeft geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de huisvestingsvergunning wegens niet voldoen aan de inkomenseis in een grootstedelijk gebied.