ECLI:NL:RVS:2018:3113
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheidsduur rijbewijs voor ouderen in overeenstemming met EU-Handvest
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het besluit van de burgemeester van Voorschoten bevestigde om een rijbewijs af te geven met een geldigheidsduur van vijf jaar aan personen ouder dan 70 jaar. De appellant stelde dat deze beperking discriminerend is op grond van leeftijd en in strijd met artikel 20 en Pro 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 7, derde lid, van Richtlijn 2006/126/EG, die lidstaten toestaat de geldigheidsduur van rijbewijzen voor houders van 50 jaar en ouder te beperken, correct is geïmplementeerd in het Nederlandse recht via artikel 25a van het Reglement rijbewijzen. De Afdeling benadrukte dat het non-discriminatiebeginsel niet absoluut is en beperkingen mogelijk zijn indien zij noodzakelijk en proportioneel zijn en een algemeen belang dienen, hier de verkeersveiligheid.
De Afdeling concludeerde dat de beperking van de geldigheidsduur voor ouderen een geschikte en noodzakelijke maatregel is om de verkeersveiligheid te waarborgen, mede vanwege de afname van fysieke capaciteiten met de leeftijd. Er was geen grond om te twijfelen aan de geldigheid van de Richtlijn of de nationale bepalingen. Het verzoek om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beperking van de geldigheidsduur van het rijbewijs voor ouderen bevestigd.