ECLI:NL:RBDHA:2023:4882
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep wegens niet tijdige beslissing asielaanvraag zonder toekenning dwangsom
Eiser diende op 20 augustus 2021 een asielaanvraag in bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verweerder besloot op 8 april 2022 op deze aanvraag, maar na het verstrijken van de beslistermijn. Eiser stelde dat verweerder hierdoor bestuurlijke dwangsommen verschuldigd was en startte op 14 april 2022 beroep tegen het besluit.
De rechtbank overweegt dat sinds 11 juli 2021 de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND van toepassing is, waardoor de artikelen 4:17 tot en met 4:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet gelden voor beslissingen op asielaanvragen voor bepaalde tijd. Dit betekent dat verweerder geen dwangsommen verschuldigd is bij te late beslissingen in deze context.
Eiser voerde aan dat deze wet in strijd is met het Unierechtelijke gelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel, maar de rechtbank volgt de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (30 november 2022) dat er geen sprake is van discriminatie omdat de asielprocedure wezenlijk verschilt van andere bestuursrechtelijke procedures.
Omdat verweerder inmiddels op de aanvraag heeft beslist, ziet de rechtbank geen aanleiding tot het opleggen van een rechterlijke dwangsom. Het beroep tegen het besluit wordt daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en een bestuurlijke dwangsom wordt niet toegekend.