ECLI:NL:RVS:2018:3256
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag vanwege zedendelict bij functie met gezagsrelatie
Appellant verzocht om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) om werkzaamheden bij Mad Science te kunnen voortzetten, vergelijkbaar met een docent basisschool. De staatssecretaris weigerde de VOG vanwege een geregistreerd zedendelict in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd meegewogen dat het delict niet licht van aard was en dat appellant met minderjarige kinderen zou werken, wat een machtsongelijkheid en afhankelijkheidsrelatie inhoudt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de weigering evident disproportioneel is, onder meer omdat hij al 16 jaar soortgelijke werkzaamheden verricht en het delict niet in beroepsuitoefening plaatsvond. De minister benadrukte het belang van een veilige leeromgeving en de hogere integriteitseisen voor functies met gezagsrelaties.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht het verzwaarde subjectieve toetsingscriterium toepaste, waardoor slechts zeer beperkte ruimte bestaat om een VOG af te geven bij zedendelicten en functies met gezagsrelaties. De omstandigheden van het geval, waaronder de aard van het delict, het tijdsverloop en de functiecontext, rechtvaardigen de weigering. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG aan appellant vanwege een zedendelict en de functie met gezagsrelatie.