ECLI:NL:RVS:2018:3337
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging standplaatsvergunning Zuidplein Rotterdam
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die haar beroep tegen het besluit van de gebiedscommissie Charlois om haar standplaatsvergunning niet verder te verlengen, ongegrond verklaarde.
[Appellante] had sinds 1986 een standplaats op het Zuidplein, gelegen in een standplaatsvrije zone die in 2004 werd ingesteld. Zij mocht haar standplaats echter nog tien jaar behouden en kreeg daarna vergunningen verleend tot 31 oktober 2017. De vergunning werd niet verlengd omdat het nieuwe zwembad, waarvoor zij een commerciële ruimte wilde betrekken, later dan verwacht in gebruik werd genomen.
De rechtbank oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was omdat de e-mail van 31 oktober 2016 duidelijk maakte dat de vergunning niet verder zou worden verlengd. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af. Het college mocht uitgaan van de verwachte ingebruikname van het zwembad als einddatum van de vergunning en hoefde niet zonder concrete datum de vergunning te verlengen. [Appellante] had na ruim 13,5 jaar voldoende tijd gehad om een alternatief te zoeken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vergunning voor de standplaats niet verder wordt verlengd na 31 oktober 2017.