Uitspraak
RECHTBANK limburg
[naam 1] , te [woonplaats] , verzoekster
de Burgemeester van de gemeente Heerlen, de burgemeester
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2022.
Rechtbank Limburg
De burgemeester van Heerlen legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op om een woning te sluiten voor twaalf maanden vanwege de aanwezigheid van hard- en softdrugs. Verzoekster, de bewoonster en huurster, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat hoewel de burgemeester bevoegd was tot sluiting, de noodzaak en evenredigheid van de duur van twaalf maanden onvoldoende was onderbouwd. De drugs waren aangetroffen tijdens een doorzoeking die niet gericht was op drugshandel in de woning, er waren geen klachten of meldingen van omwonenden, en de woning was niet bekend als drugspand. De hoeveelheid drugs wees wel op een rol in de drugsketen, maar niet op feitelijke handel vanuit de woning.
De rechter oordeelde dat een sluiting van zes maanden wel noodzakelijk en redelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde. Verzoekster had een emotionele binding met de woning en mentale gezondheidsproblemen, maar dit woog niet zwaarder dan het algemeen belang. De rechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van de woning wordt beperkt tot zes maanden in plaats van twaalf maanden.