ECLI:NL:RVS:2019:1046
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J. Hoekstra
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over onjuiste adresgegevens bij herziening kindgebonden budget
De Belastingdienst/Toeslagen herzag in 2017 het voorschot kindgebonden budget van de wederpartij op grond van de inschrijving in de basisregistratie personen (brp), waarbij werd aangenomen dat de wederpartij samenwoonde met een partner op hetzelfde adres. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door geen terugmelding te doen over gerede twijfel aan de juistheid van de adresgegevens in de brp.
De Belastingdienst stelde dat zij op grond van wettelijke bepalingen verplicht was uit te gaan van de brp-inschrijving en dat uitzonderingen niet van toepassing waren. De Afdeling oordeelde echter dat de dienst, gezien de objectieve gegevens dat de wederpartij niet op het adres woonde, een terugmelding had moeten doen volgens artikel 2.34 van de Wet brp. Hierdoor was de dienst niet verplicht het onjuiste adres te gebruiken.
Verder concludeerde de Afdeling dat de toepassing van de uitzonderingen in de Uitvoeringsregeling Awir in dit geval leidde tot willekeur en kennelijk onredelijke toepassing, omdat de dienst bekende onjuiste gegevens gebruikte met nadelige gevolgen voor de wederpartij.
Het hoger beroep van de Belastingdienst werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De besluiten van 21 september en 21 november 2017 werden herroepen en het besluit van 27 november 2017 vernietigd. De Belastingdienst moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd.