ECLI:NL:RVS:2018:3420
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving herstel gemeentelijk monument in Wageningen ondanks beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Wageningen legde aan [appellant A] en [appellant B] een last op om binnen twaalf maanden de monumentale erfafscheiding en garage op hun perceel in oorspronkelijke staat te herstellen, onder dreiging van dwangsommen. Na bezwaar en een tussenuitspraak van de rechtbank Gelderland, vernietigde de rechtbank het besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het college motiveerde het besluit nader, waarna de rechtbank het beroep alsnog ongegrond verklaarde.
In hoger beroep betoogden [appellant A] en [appellant B] onder meer dat de garage spontaan was ingestort en zij geen overtreding begingen, dat er sprake was van een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel omtrent de erfafscheiding, en dat het college geen deugdelijke belangenafweging had gemaakt. De Raad van State oordeelde dat het instorten niet aannemelijk was, dat de toestemming voor het verwijderen van de erfafscheiding niet ondubbelzinnig was, en dat het college terecht handhavend optrad met een proportionele herstelsanctie.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De monumentale onderdelen moeten worden hersteld in overeenstemming met het besluit, waarbij het college de begunstigingstermijn zal verlengen om praktische uitvoering mogelijk te maken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herstel van de monumentale erfafscheiding en garage wordt bevestigd.