ECLI:NL:RVS:2018:3445
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bestuurlijke boetes wegens overtreding Bouwbesluit
Het algemeen bestuur heeft op 12 april 2016 twee bestuurlijke boetes van elk €20.500 opgelegd aan appellant wegens overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot een pand in Amsterdam. Appellant stelde dat het besluit niet bekend was gemaakt omdat het niet naar het juiste adres was verzonden, waardoor de bezwaartermijn niet was aangevangen. Daarnaast voerde appellant aan dat zijn bezwaar verschoonbaar te laat was ingediend vanwege familieomstandigheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit wel naar het juiste correspondentieadres was verzonden, zoals door appellant zelf was opgegeven tijdens een gesprek met het stadsdeel. Hierdoor was het besluit bekendgemaakt en was de bezwaartermijn aangevangen. Het bezwaar was daarom te laat ingediend.
Verder stelde de Afdeling vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn late indiening verschoonbaar was, ondanks het overlijden van familieleden. Appellant had geen passende maatregelen getroffen om zijn belangen te laten behartigen tijdens zijn afwezigheid.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar ongegrond verklaarde en het hoger beroep ongegrond verklaarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.