ECLI:NL:RVS:2017:2196
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten dwangsommen wegens onjuiste bekendmaking en herroeping invorderingsbesluiten
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven legde appellant op 17 april 2014 drie lasten onder dwangsom op wegens overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot een pand in Eindhoven. Vervolgens werden dwangsommen ingevorderd bij besluiten van 26 augustus 2014 en 27 november 2015. Het bezwaar van appellant tegen deze besluiten werd door het college niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellant stelde dat de besluiten niet op de juiste wijze waren bekendgemaakt, omdat deze naar een postbusadres waren verzonden dat hij niet gebruikte, terwijl zijn woonadres bekend was bij de gemeente. De Afdeling oordeelde dat de verzending naar het postbusadres niet kan worden aangemerkt als een juiste bekendmaking conform de Algemene wet bestuursrecht, waardoor de bezwaartermijn niet was aangevangen en de bezwaren ontvankelijk zijn.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van appellant gegrond. Tevens herroept de Afdeling het invorderingsbesluit van 26 augustus 2014 en vernietigt zij de besluiten van 17 november 2015 en 27 november 2015. Omdat het oorspronkelijke besluit van 17 april 2014 niet in werking is getreden, zijn er geen dwangsommen verbeurd. De Afdeling bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 17 november 2015 voor zover daarin op het bezwaar tegen het besluit van 26 augustus 2014 is beslist.
Uitkomst: De besluiten tot oplegging en invordering van dwangsommen worden vernietigd vanwege onjuiste bekendmaking en ontbreken van rechtsgeldige grondslag.