ECLI:NL:RVS:2018:347
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over verwerking en verstrekking biometrische gegevens Turkse onderdanen in vreemdelingenadministratie
In deze zaak gaat het om de vraag of het verplicht afnemen en verwerken van biometrische gegevens van Turkse onderdanen in een vreemdelingenadministratie, en het verstrekken van deze gegevens aan derden voor strafrechtelijke doeleinden, in strijd is met Europese regelgeving. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank die de staatssecretaris in het ongelijk stellen.
De rechtbank oordeelde dat het afnemen en verwerken van biometrische gegevens een nieuwe beperking vormt van het vrije verkeer van werknemers en dat deze beperking niet evenredig is. De staatssecretaris stelt dat het afnemen en verwerken noodzakelijk is voor het voorkomen en bestrijden van identiteits- en documentfraude en dat het verstrekken aan derden gerechtvaardigd is voor strafrechtelijke handhaving.
De Afdeling onderzoekt of de nationale regeling voldoet aan de vereisten van het EU-recht, met name artikel 7 van Pro Besluit nr. 2/76 en artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80, en de Privacyrichtlijn. Gelet op de complexiteit legt de Afdeling prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van deze bepalingen en de verhouding tot het EU-Handvest. De behandeling van hoger beroep wordt geschorst tot het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: Behandeling hoger beroep geschorst en prejudiciële vragen voorgelegd aan het Hof van Justitie over biometrische gegevens.