ECLI:NL:RVS:2020:1168
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afname en verwerking biometrische gegevens bij MVV-aanvragen Turkse onderdanen
Deze uitspraak betreft hoger beroepen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag over het afnemen en verwerken van biometrische gegevens van Turkse onderdanen bij aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
De Afdeling heeft bij verwijzingsuitspraak prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU over de uitleg van bepalingen in Besluit nr. 1/80 en nr. 2/76. Het Hof oordeelde dat het afnemen, vastleggen en bewaren van biometrische gegevens in een centraal bestand een nieuwe beperking vormt, maar deze beperking gerechtvaardigd is door het legitieme doel identiteits- en documentfraude te voorkomen en te bestrijden.
De Afdeling volgt deze uitleg en oordeelt dat het aan derden beschikbaar stellen van biometrische gegevens ten behoeve van rechtshandhaving op strafrechtelijk gebied geen nieuwe beperking vormt omdat dit effect te onzeker en indirect is. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de maatregel discriminerend was op grond van nationaliteit. Tevens is het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in één zaak afgewezen en in de andere zaak toegekend, waarbij de overschrijding deels aan de staatssecretaris en deels aan de Afdeling wordt toegerekend.
Uitkomst: De Afdeling verklaart de hoger beroepen gegrond, vernietigt de uitspraken van de rechtbank, wijst de beroepen ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding in één zaak af en kent in de andere zaak een schadevergoeding toe.