ECLI:NL:RVS:2018:3478
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende aannemelijkheid opzettelijk geweldsmisdrijf
Appellant heeft een uitkering aangevraagd uit het schadefonds geweldsmisdrijven nadat hij in de oudejaarsnacht 2015-2016 letsel opliep door politieoptreden. Het Openbaar Ministerie seponeerde de aangifte omdat niet kon worden vastgesteld wat er precies is gebeurd. De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van een opzettelijk geweldsmisdrijf.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat enkel het feit dat appellant letsel heeft opgelopen, niet voldoende is om onrechtmatig politieoptreden en daarmee een opzettelijk geweldsmisdrijf aan te nemen.
Volgens de beleidsregels van het fonds moet een geweldsmisdrijf aannemelijk worden gemaakt met objectieve aanwijzingen naast de eigen verklaring van het slachtoffer. Deze zijn in deze zaak niet aanwezig. Het betoog van appellant dat het politieoptreden niet als rechtmatig is vastgesteld, leidt niet tot een andere conclusie. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven wordt bevestigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.