ECLI:NL:RVS:2018:3495
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting werkgeverschap en bewijsvoering
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een boete van €160.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. De boete werd opgelegd omdat twintig Roemeense vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning als vrachtwagenchauffeur arbeid verrichtten. Appellant betwistte het werkgeverschap en de rechtmatigheid van het bewijs, waaronder verklaringen van een medewerker die volgens appellant onrechtmatig waren verkregen.
De Afdeling oordeelde dat de verklaringen van de medewerker terecht zijn toegelaten omdat hij niet daadwerkelijk bestuurder was en het zwijgrecht alleen aan bestuurders toekomt. Het boeterapport voldeed aan de wettelijke eisen, en de plaats en tijdstip van de overtredingen waren voldoende herleidbaar uit bijlagen. Het werkgeverschap van appellant werd bevestigd op basis van feitelijk toezicht, planning en contractuele relaties, ongeacht het ontbreken van een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding.
Verder werd het beroep op een vrijstelling wegens internationale vervoersregels verworpen omdat de vrachtwagens Nederlandse kentekens hadden, wat een aantoonbare band met Nederland impliceert. Ook het betoog dat appellant en de inlener niet afzonderlijk mochten worden beboet, faalde vanwege hun zelfstandige juridische entiteiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €160.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.