ECLI:NL:RVS:2018:3513
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 januari 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 30 augustus 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 21 februari 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris niet overeenkomstig zijn nieuwe vaste gedragslijn onofficiële documenten heeft betrokken bij de beoordeling van de identiteit en familierelatie van de vreemdeling, waardoor het besluit ondeugdelijk gemotiveerd is. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden vonnis en het besluit van 30 augustus 2017, en verklaarde het beroep gegrond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, inclusief het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken op 29 oktober 2018.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.