ECLI:NL:RVS:2018:3796
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- C.J. Borman
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid burgemeester tot oplegging verwijderingsbevel overlastgebied Amsterdam Centrum
De burgemeester van Amsterdam gaf op 13 september 2016 aan [wederpartij] een verwijderingsbevel voor de duur van een maand uit het overlastgebied Centrum, nadat zij tweemaal binnen korte tijd een 24-uursverwijderingsbevel had ontvangen wegens overtreding van het bedelverbod. [Wederpartij] maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit en oordeelde dat de burgemeester niet bevoegd was het maandelijkse verwijderingsbevel op te leggen zonder een derde overtreding binnen een jaar.
De burgemeester stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank artikel 2.9, tweede lid, aanhef en onder a, van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) onjuist had geïnterpreteerd. Volgens de Afdeling is de burgemeester bevoegd om een verwijderingsbevel voor de duur van een maand op te leggen indien binnen een jaar twee 24-uursbevelen zijn opgelegd, zonder dat een derde overtreding vereist is.
Verder werd vastgesteld dat [wederpartij] niet tijdig in de gelegenheid was gesteld haar zienswijze te geven over het verwijderingsbevel, wat een procedureel gebrek opleverde. Dit gebrek werd echter met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat geen wezenlijke belangenbenadeling werd vastgesteld. Ook werd het beroep op het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel afgewezen omdat de regeling niet binnen de werkingssfeer van het Unierecht valt.
Ten aanzien van de omvang van het overlastgebied en de noodzaak van het verwijderingsbevel oordeelde de Afdeling dat de burgemeester het gebied terecht ruim heeft vastgesteld vanwege de aard en omvang van de overlast. Het belang van het ordelijk verloop van het openbare leven werd zwaarder gewogen dan het belang van [wederpartij] om zich in het gebied te bevinden. Het hoger beroep van de burgemeester werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van [wederpartij] ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van [wederpartij] ongegrond.