ECLI:NL:RVS:2018:3876
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks bijzondere omstandigheden
De staatssecretaris legde op 14 februari 2017 een boete van €8.000 op aan de vennoten van een vennootschap wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete volgde op een controle waarbij werd vastgesteld dat een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vennootschap ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld. De vennootschap voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals de psychische arbeidsongeschiktheid van een vennoot, het inschakelen van een boekhouder, vertrouwen op mededelingen van het COa, de korte duur van de werkzaamheden en de financiële situatie van de onderneming, tot afzien of matiging van de boete zouden moeten leiden.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank deze omstandigheden terecht had meegewogen en dat de vennootschap verantwoordelijk blijft voor het naleven van de Wav. Vertrouwen op derden of mededelingen aan de vreemdeling zelf ontslaat de vennootschap niet van haar verplichtingen. Ook de financiële situatie en cumulatie met andere boetes rechtvaardigen geen matiging. De boete is evenredig en het hoger beroep faalt.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.