ECLI:NL:RVS:2018:1299
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens illegale tewerkstelling vreemdelingen en vernietiging lagere uitspraak
De minister legde aan een vennootschap een boete van €48.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam mat de boete tot €36.000 vanwege de financiële positie van de vennootschap en de cumulatie met een boete op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm).
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de boete heeft gematigd. De vennootschap had onvoldoende zorg betracht om de overtreding te voorkomen, ondanks eerdere boetes. De verklaringen van de vreemdelingen bevestigen langdurige illegale tewerkstelling. Financiële gegevens van de vennootschap waren ontoereikend om matiging te rechtvaardigen.
Verder oordeelt de Raad dat de cumulatie van boetes voor verschillende overtredingen niet leidt tot onredelijkheid. Ook het bezwaar dat de staatssecretaris geen waarschuwing gaf wordt verworpen, omdat de voorwaarden daarvoor niet waren vervuld.
Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het beroep tegen het boetebesluit en de betalingsregeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de minister gegrond, waarbij de boete van €48.000 wordt gehandhaafd zonder matiging.