ECLI:NL:RVS:2018:4026
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag Kachin uit Myanmar wegens vervolgingsrisico en ernstige schade
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een asielaanvraag van een Kachin uit Myanmar. De vreemdeling stelde dat hij vanwege zijn etnische en religieuze achtergrond vervolging of ernstige schade te vrezen had. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft uitgebreid de situatie van de Kachin in Myanmar onderzocht, waarbij zij ook recente stukken en rapporten heeft betrokken. Hoewel er sprake is van mensenrechtenschendingen en conflicten in de regio, blijkt dat deze vooral samenhangen met gevechten tussen het regeringsleger en de Kachin Independence Army (KIA), en niet met een systematische vervolging van de Kachin als groep. De beperkingen op het gebied van godsdienstvrijheid en bewegingsvrijheid zijn wel aanwezig, maar niet van dien aard dat zij een vergunningverlening rechtvaardigen.
Verder is onderzocht of de vreemdeling risico loopt op gedwongen rekrutering bij terugkeer. Hoewel er meldingen zijn van gedwongen dienstplicht bij de KIA, is niet aannemelijk dat de vreemdeling hieraan zal worden onderworpen. Ook het risico op gedwongen rekrutering door het regeringsleger wordt als laag beoordeeld.
De Raad van State concludeert dat de vreemdeling onvoldoende heeft aangetoond dat hij individuele vervolging of ernstige schade te vrezen heeft en bevestigt daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.