ECLI:NL:RVS:2018:4028
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor moslim uit Myanmar niet behorend tot Rohingya
De vreemdeling, afkomstig uit Yangon in Myanmar en moslim, vorderde een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees zijn aanvraag af op grond van het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade, mede gebaseerd op rapporten van het UK Home Office en de Amerikaanse overheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en betrok ook nieuwe informatie die na de uitspraak van de rechtbank was ingebracht.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn illegale doorreis en asielaanvraag in Nederland risico loopt bij terugkeer. Ook is vastgesteld dat moslims in Myanmar die niet tot de Rohingya behoren, weliswaar te maken hebben met discriminatie en maatschappelijke beperkingen, maar niet systematisch vervolgd worden of ernstige schade lijden die verblijfsrecht rechtvaardigt.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.