ECLI:NL:RVS:2018:4027
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor moslim uit Myanmar niet behorend tot Rohingya
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling uit Mandalay, Myanmar, moslim maar niet behorend tot de Rohingya, tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen op grond van het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De vreemdeling stelde onder meer dat hij bij terugkeer risico loopt vanwege zijn illegale doorreis en asielaanvraag in Nederland, en dat de situatie voor moslims in Myanmar is verslechterd. De staatssecretaris verwees naar diverse rapporten en stelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk risico loopt.
De Afdeling concludeert dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij risico loopt op vervolging of ernstige schade. De situatie voor moslims, niet zijnde Rohingya, in Myanmar is weliswaar gekenmerkt door discriminatie en maatschappelijke beperkingen, maar niet van dien aard dat zij niet maatschappelijk en sociaal kunnen functioneren. De Afdeling ziet geen aanleiding de eerdere uitspraak te vernietigen en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.