Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 september 2025 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, beiden uit [plaats], tezamen: eisers
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legden op 23 mei 2022 lasten onder dwangsom op aan eisers wegens prostitutieactiviteiten in een woning. Deze lasten werden onherroepelijk nadat eisers geen bezwaar maakten. Op 7 december 2023 constateerde een toezichthouder dat er opnieuw prostitutieactiviteiten plaatsvonden, waarna op 2 februari 2024 een dwangsom van €5.000 werd ingevorderd. Eisers maakten bezwaar tegen de invordering en verzochten om opheffing van de lasten onder dwangsom, maar deze verzoeken werden door het college afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een overtreding van de lasten onder dwangsom, omdat de woning werd gebruikt voor betaalde seks, en dat eisers als functionele daders kunnen worden aangemerkt. De burgemeester was mede bevoegd het besluit te nemen, gelet op zijn handhavingstaak. De rechtbank vindt de invordering niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij het gebruik van de woning voor prostitutie niet konden voorkomen.
Verder is vastgesteld dat het college terecht heeft afgezien van het horen van eisers in bezwaar, omdat zij niet tijdig hebben gereageerd op het aanbod tot hoorzitting. Het verzoek tot opheffing van de lasten onder dwangsom is afgewezen omdat de overtreding zich opnieuw voordeed en eisers geen voldoende controle- en toezichtmaatregelen hebben aangetoond. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de invordering van de dwangsom en wijst het verzoek tot opheffing van de lasten onder dwangsom af.