ECLI:NL:RVS:2018:4063
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan en omgevingsvergunning herontwikkeling voormalig Ooglijdersgasthuis Utrecht
De raad van de gemeente Utrecht stelde op 1 februari 2018 het bestemmingsplan vast voor de herontwikkeling van het voormalige Ooglijdersgasthuis en aangrenzende gronden tot 55 woningen. Het college verleende op 14 februari 2018 een omgevingsvergunning voor deze bouwactiviteiten, inclusief een ondergrondse parkeergarage.
Appellanten uit de directe omgeving maakten bezwaar tegen het plan en de vergunning, onder meer vanwege vermeende schendingen van de Hoogbouwvisie, bezonning, uitzicht, privacy, parkeerdruk, verkeersafwikkeling en het vellen van twaalf bomen. Nieuwe beroepsgronden over waterhuishouding en schade aan kastanjebomen werden buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening.
De Afdeling oordeelde dat de bouwhoogte niet kwalificeert als hoogbouw volgens de Hoogbouwvisie en dat de raad zich redelijkerwijs op dit standpunt kon stellen. Het bezonningsonderzoek en aanvullende studies boden voldoende grondslag om aan te nemen dat het plan geen onaanvaardbare schaduwhinder veroorzaakt. De parkeerbehoefte is adequaat onderzocht en voorzien in een ruime parkeergarage, waardoor parkeeroverlast niet aannemelijk is. Ook de verkeersafwikkeling is onderzocht en leidt niet tot onaanvaardbare situaties.
Ten aanzien van de omgevingsvergunning voor het vellen van bomen heeft het college een zorgvuldige belangenafweging gemaakt, waarbij het belang van woningbouw zwaarder woog dan de beperkte ecologische en ruimtelijke waarden van de te kappen bomen. Herplantingsverplichtingen en maatregelen ter verbetering van de waterhuishouding zijn voorzien. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.