ECLI:NL:RVS:2019:2204
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Nieuw Delft zuidelijke velden niet onrechtmatig ondanks bezwaren omwonenden
De raad van de gemeente Delft stelde op 29 november 2018 het bestemmingsplan Nieuw Delft, zuidelijke velden vast, gericht op stedelijke ontwikkeling met hoogbouw en gemengde functies. Omwonenden aan de Engelsestraat, grenzend aan het plangebied, stelden beroep in vanwege bezwaren tegen schaduwhinder, windhinder, verlies van uitzicht en privacy door de hoge bebouwing op de locaties veld 7 en veld 11.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde of de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan een goede ruimtelijke ordening diende. De bezonning werd onderzocht met een bezonningsstudie waaruit bleek dat vijf appartementen niet aan de lichte TNO-norm voldeden, maar de raad stelde dat dit acceptabel was in de stedelijke context. Ook de windhinder werd onderzocht met een windklimaatonderzoek, dat beperkte hinder voorspelde en voorzag in nadere eisen bij concrete bouwplannen.
De raad hield rekening met de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Integraal ontwikkelingsplan Nieuw Delft 2025, waaronder het hoogteaccent in veld 7 en aansluiting van veld 11 bij bestaande bebouwing. De Afdeling oordeelde dat de raad in redelijkheid meer gewicht mocht toekennen aan deze belangen dan aan de bezwaren van omwonenden. De privacy- en uitzichtbezwaren werden niet als onaanvaardbaar aangemerkt, mede gezien de stedelijke omgeving en de gebruikelijke afstand tussen gebouwen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Nieuw Delft, zuidelijke velden wordt ongegrond verklaard.