ECLI:NL:RVS:2018:41
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik Wob-verzoek verkeersboete
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten met betrekking tot een aan hem opgelegde verkeersboete. De minister nam het verzoek niet in behandeling en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk.
Appellant stelde in hoger beroep dat ten onrechte driemaal griffierecht was geheven en dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard wegens vermeend misbruik van recht. De Afdeling oordeelde dat de drie Wob-verzoeken niet als samenhangende besluiten konden worden aangemerkt, zodat driemaal griffierecht terecht was geheven.
Verder werd overwogen dat het Wob-verzoek niet bedoeld is om informatie te verkrijgen die reeds via administratief beroep of gerechtelijke procedures kan worden verkregen. Het verzoek strekte slechts tot het aanvechten van de verkeersboete en misbruik van bevoegdheid was aannemelijk gelet op de procesgeschiedenis van appellant. Daarom was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het Wob-verzoek is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.